wedstrijden

Een aantal keer per jaar organiseren wij wedstrijden. Deze wedstrijden zijn niet officieel, maar je moet wel lid zijn van de KNHS en in het bezit zijn van een ruiterpaspoort.

Dit jaar organiseren we drie dressuurwedstrijden, twee springwedstrijden en een oefencross.

Vanaf dit jaar, 2017, organiseren wij wedstrijden volgens de lijn van de ruiteropleiding van de FNRS en de KNHS. Dat betekent dat we ook F-proeven uitschrijven en de opbouw volgens het ruiterpaspoort aanhouden. En dat we voor de springwedstrijden nu de richtlijnen van de S-parcours aanhouden. Ook zullen de springwedstrijden nu gejureerd worden door een officiële FNRS-jury.

Wij hebben hiervoor gekozen omdat de lijn van het ruiterpaspoort beter bij het karakter van onze wedstrijden past. Ruiters kunnen dan zonder officieel te starten toch steeds een stapje hoger komen in hun rijtechniek. Bij de F-proeven wordt er vooral naar de kunde van de ruiter gekeken en veel minder naar het paard. Hierdoor kunnen ook ruiters met een minder voor de dressuur geschikt paard een ontwikkeling maken. Ruiters die vorig jaar al in de B hebben gestart kunnen uiteraard hun weg vervolgen. Zij vervolgen dan hun ruiteropleiding volgens de zilveren lijn van het ruiterpaspoort.

De proeven nemen komen uit de ruiteropleidingen van de FNRS. Sinds 2016 mogen ook verenigingen van deze proeven gebruik maken. De wedstrijden zijn niet officieel, maar worden wel geregistreerd in het ruiterpaspoort dat elk lid krijgt bij zijn lidmaatschap. De ruiterpaspoorten voor onze huidige leden zijn aangevraagd en worden bij de ALV op 6 maart of bij de eerste wedstrijd uitgedeeld.

Het ruiterpaspoort.
Het ruiterpaspoort dat elk lid krijgt is het bronzen ruiterpaspoort. Hierin staan de proeven F1 t/m F12 in en de springparcours van 30 t/m 80 centimeter (S30 t/m S80). In de F-proeven van de bronzen lijn kun je vrij instromen.

Er bestaat ook een zilveren ruiterpaspoort. Hier in staan de proeven F13 t/m F15, B, L1 en L2. Dit is voor de ruiters die de F12 hebben behaald, vorig jaar al B hebben gestart op de akker of al in officieel in de B starten. Zij hoeven niet terug naar de F-proeven, het mag wel. Het zilveren ruiterpaspoort zal voor de desbetreffende ruiters na de eerste wedstrijd van deze competitie worden aangevraagd.

Wat springen betreft houden wij ons dit jaar nog aan de hoogtes van het bronzen ruiterpaspoort. Je kunt echter wel zelf bepalen welke hoogte je wilt springen tussen de 30 en 80 centimeter. Bedenk wel dat de hoogte van de sprong bij je niveau en bij de het niveau en de hoogte van je paard moet passen. Dit is de eigen verantwoordelijkheid van de ruiter.

Wat veranderd er verder bij de dressuurwedstrijden?
Op zich veranderd er aan de organisatie van de wedstrijden niet zo veel. Eigenlijk zijn alleen de proeven anders en worden indien gewenst de resultaten bijgehouden in het ruiterpaspoort. Het is dus de bedoeling dat je je ruiterpaspoort meeneemt.

De jury’s blijven hetzelfde, omdat wij toch al kozen voor FNRS-juryleden. Dus de beoordeling blijft ook hetzelfde.

Omdat je bij de F-proeven maximaal 350 punten kunt halen en bij de KNHS-proeven maximaal 300 punten kunt halen zullen wij voor het klassement de  uitslagen omrekenen in procenten.
Voor winst of verliespunten houden wij ons aan het disciplinereglement dressuur:
60-65% is 1 winstpunt
65-70% is 2 winstpunten
70% of hoger is 3 winstpunten.

Verliespunten kunnen alleen in de L1 en L2 worden behaald.
45-50% is 1 verliespunt
35-45% is 2 verliespunten
lager  dan 35%  is 3 verliespunten

De inhoud van de F-proeven.
In de proeven F1 t/m F12 worden de oefeningen ieder proef een stapje moeilijker. Stapsgewijs worden er iedere proef nieuwe oefeningen toegevoegd. Het is bij deze proeven vooral belangrijk dat de ruiter de hulpen correct uitvoert. Hoe de paard de oefening uitvoert is minder van belang. Het is uiteraard wel de bedoeling dat het paard de oefening uitvoert, maar de  kwaliteit van de uitvoering telt nog niet zo zwaar mee als in de proeven in de zilveren lijn
In onderstaande tabel kun je de opbouw van de oefeningen globaal zien:

F1 en F2
  • Proeven zonder galop
  • Vooral op de letter rijden is belangrijk
F3 en F4
  • Proef met galop
  • Teugels langer laten worden en weer op maat nemen.
  • Lichtrijden op het goede been
F5
  • Draf verruimen
  • Slangenvolte
F6
  • Hals strekken
  • Door een S van hand veranderen
  • Stap verruimen
F7 en F8
  • Gebroken lijn met volte 10 meter
  • middenstap
  • halthouden
F9 en F10
  • Constante verbinding
  • middendraf
  • volte 15 meter
  • keertwending
F11 en F12
  • Constante verbinding
  • wijken in stap
  • galop verruimen

In de proeven vanaf de F13 wordt niet alleen de ruiter maar de gehele combinatie beoordeeld. De oefeningen in de proeven F13 t/m L2 zijn minder ingewikkeld als in de F12, maar er wordt wel verwacht dat het paard nu ontspannen  loopt en met voldoende aanleuning, impuls, stelling, buiging en rechtgerichtheid.

De F-proeven en de KNHS-proeven zijn te vinden op de website van de KNHS

Wat verandert er bij de springwedstrijden
Bij de springwedstrijden zullen vanaf nu de protocollen van de FNRS-ruiteropleiding worden gebruikt en worden de ruiters beoordeeld door een FNRS-jury. Naast snelheid en foutloos springen wordt er ook beoordeeld op stijl en techniek.
De hoogtes die gesprongen kunnen worden variëren van 30 cm. tot en met 80 cm. Zoals hierboven al gezegd kun je vrij kiezen welke hoogte je wilt springen, maar het is wel de eigen verantwoordelijkheid van de ruiter dat hij/zij verstandig kiest. Als je niet helemaal zeker bent hoe hoog je kunt springen, overleg dan met je instructeur.

Let op!
De wedstrijden zijn open voor iedereen, maar ruiters die geen lid zijn van de KNHS worden niet opgenomen in  het klassement. Daarom zullen we bij inschrijving om je relatienummer vragen. Deze kun je vinden op je ruiterpaspoort, ruiterbewijs, startkaart, op mijnknhs.nl of opvragen bij de ruitervereniging waar je lid bent.